Fietsie en ik © 2012 Roos. All rights reserved.

Mijn fietsie en ik

Ik stap de deur uit. De zon probeert al haar straaltjes op de voorgrond te drukken. Ik kijk naar links, en daar sta je. Al negen jaar lang sta je daar. Niet precies daar, maar wel precies daar voor mij. Geel en verroest, met die eeuwige letter ‘R’ op je kettingkast. We hebben al zoveel samen gedaan. Net als jij, ken ik ook al die steden. Assen, Maastricht, Nijmegen. We hebben nog veel te gaan. Maar vandaag niet. Ik pak mijn sleutel, samen maken we ons klaar voor deze nieuwe dag. Ik moet je spatbord even rechttrekken, die wil nog weleens losschieten en dat kan gevaarlijk zijn. Net als ik, kom je spurtend op gang. Mijn knieën kraken, m’n broek gaat wat losser zitten. Jouw spaken, het zadel, alles wordt warm onder mijn gewicht. Samen fietsen we omhoog, over het kleine bergje bij ons huis. Bij de drempel, ik weet daar hou je niet van, daar fiets ik iets langzamer, en hou je spatbord vast. Dat gerammel, dat is zo luid in de ochtend! We wachten even voor het stoplicht, en fietsen als het nog rood is. Goed kijken en elke dag hetzelfde stoplicht, ik ken het ritme van groen en rood. Verantwoord oversteken is dat. We halen andere mensen in. Iedereen is zo langzaam. Berg op, berg af. Maar niet te hard, dan gaat dat spatbord weer. Bij de oversteek wachten we even, ik kan net met m’n voet bij de grond. Voor die ene auto steken we snel over. Nu moet ik kiezen, door het hobbelige pad in het bos, of rechtdoor? Jij stuurt me naar het hobbelige pad. We gaan iets langzamer, en ik houd je spatbord vast. Links de vijver, de eenden slapen nog. Rechts het modderpad, slinks ontwijken we de boomwortels, een modderplasje kan best. Terwijl ik kijk naar de dauw op het veld, hardlopende mensen, de rennende honden achter elkaar, gaan we samen stiekem omhoog. Je ziet het niet, maar m’n benen worden moe. Dan komt het fijnste stuk, zo een waar je rolschaatsen wilt. De wind houdt zich koest, rollend gaan we vooruit, eventjes lijkt de ochtend heel ver weg… Bij het stoplicht wachten we. Veel te lang, er is niemand. De bus stopt bij de halte, samen komen we bij het volgende stoplicht. Twee honden en hun baasjes steken over, ik hoor hun stemmen, mijmer verder in het gesprek. Bij groen schiet ik overeind, samen zetten we de eindsprint in. Het is druk, mensen fietsen naast elkaar. Langzaam word ik wakker, kom ik uit m’n verdwaasde wereld. Nog een klein stukje duurt onze reis. Met een glimlach zet ik je netjes onder het afdak. Ook deze dag hebben we het weer gehaald. Mijn fietsie en ik.
Ik doe nog even je spatbord goed.

Tijdens de ‘fotoshoot’ in het park te Nijmegen kwam er een oudere man op me af, omgeven door vers dampende alcohol-luchten. Hij wees me op de kleurgelijkenis van het mos op de boom met de kleur van m’n fietsie. Al pratende hebben we ‘t fietsie rechtop tegen de boom gezet bij wijze van leuke pose. De man noemde terloops m’n naam (zou het de ‘R’ zijn?) en zei dat ik hem de volgende keer wel wist te vinden…

 

3 Comments

  1. Meriam

    Gaaf Roos! 🙂 xx

  2. Timo

    Blitse site, goed geschreven verhaaltje.
    Nice!

Leave a Reply

Your email address will not be published.
Required fields are marked:*

*