zelfportret © 2015 Roos. All rights reserved.

Stroomstoring in m’n hoofd

De griep heb ik nooit zo goed begrepen. Behalve wanneer ik een goeie kater heb, voel ik me nooit echt ellendig overdag. Ik typeerde griep daarom door wat ik bij anderen zag: met een deken op de bank, drop en sapjes erbij, school afzeggen en bovendien; alles mogen wat je wilt. Dat je niks wilt als je ziek bent, kon ik niet weten natuurlijk. Logischerwijs was ik daarom erg jaloers op mijn grote zus, die vaak ziek was, maar dus ook geregeld opgenoemde gemakken voorgeschoteld kreeg. Oh wat wilde ik dat ook graag een keer! Maar op wat koude rillingen na, heb ik nooit de behoefte gehad om overdag in bed te gaan liggen. Door griep, dan dus.

Tot vorige week. Een groot ellendigheidsgevoel had mij overmeesterd, zo hardhandig dat negeren onmogelijk was. Ik rolde dan ook na een ochtendje werken wat onwennig naar huis; fietsen voelde aan als een vervreemd motorisch ongemak. En mijn hoofd alsof er een vissenkom omheen zat. Het eerste symptoom van ellende diende zich aan als een ondraaglijke felheid, van licht. Het deed pijn. Daarbij lukte het mijn ogen niet om met dezelfde vaart van het hoofd mee te draaien; alsof ze werden vastgehouden door een verroeste veer, maar het hoofd steeds verder draaide. Het enige wat goed voelde, was slapen. Notabene overdag. De eerste stap naar het onbekende was gemaakt, leek het.

Dag twee ging ook anders dan normaal. Werk had ik reeds gecategoriseerd als onhaalbaar en in plaats daarvan bedacht ik twee andere doelen. Ik moest iets met m’n leven. Toch was douchen en boodschappen doen veel te ambitieus. Het bleef bij liggen, slapen, of op een stoel glazig voor me uit staren. En ik had er vrede mee, gek genoeg. Was dit dan ziek zijn? De griep-symptomen zoals koorts of verkoudheid bleven uit. Ik had alleen sterk het gevoel dat mijn hoofd zich vacuüm trok in een te strakke olifantenanus. Het belemmerde al mijn denken, helderheid en beoordelingsvermogen. Hardop heb ik mezelf uitgelachen. Imbeciel die ik was. In mijn hoofd bevond zich een grote stroomstoring. Alsof het Noord-Holland vandaag was. Mijn hersens stonden even uit.

Op dag drie ging het beter, maar niet volmaakt. De olifantenanus ontspande zich lichtjes, waardoor ik me weer onder de mensheid kon begeven. Mijn denkvermogen herstelde zich langzaam. Maar opvallend was, ik had geen trek in wijn. Met mijn teruggevonden wijsheid interpreteerde ik dit als signaal om het maar rustig aan te doen.

Op dag vier was ik er nog steeds niet over uit. Was ik nou ziek geweest of wat? Dat er iets mis was gegaan, moge duidelijk zijn. Mijn lichaam en hoofd hadden overtuigd gesproken. En ik had netjes geluisterd. Even een levens-pauze genomen. Het zal vast ergens goed voor zijn.

Op dag vier had ik wel weer zin in wijn. Ook dit signaal heb ik met alle wijsheid die ik had geïnterpreteerd. En toen wist ik wel, dat het helemaal goed was.

2 Comments

  1. Gus

    Zooo herkenbaar, behalve dan die olifantenanus, gelukkig…
    Prachtig stukje, chapeau!

Leave a Reply

Your email address will not be published.
Required fields are marked:*

*